Tijd voor een laatste babbel dus.

“Ik zou niet veel veranderen. Ik ben best tevreden met hoe alles is verlopen. Je moet niet steeds klagen van: ”Vroeger was alles beter.” Elke tijd heeft zijn charmes en een mens moet zich maar een beetje aanpassen.”

Naast mij zit Mevrouw Martine. De charmante, goedlachse vrouw die in de Sint-Nobertus-school geen introductie nodig heeft. In mijn eigen schooltijd ging ik steeds met knikkende knieën naar het bureau van de directeur. Maar nu zit ik er voor een gezellige babbel met een al even gezellige vrouw.

“Dat is de manier van werken hier. Geen directie achter een bureau, maar tussen de leerkrachten en tussen de kinderen. Dan weet je beter wat er gebeurt.”

Hoe ben je ooit begonnen met lesgeven?

“Wel, ik weet het eigenlijk niet. Het is iets dat ik mezelf ook al afgevraagd heb. Normaal is dat zoiets dat van ouders op kinderen verdergaat, maar ik ben thuis de uitzondering. Mijn ouders gaven geen les, mijn zus ook niet, … Toen ik in het middelbaar zei dat ik lager onderwijs ging studeren raadden ze het me zelfs af, want er was geen werk in. Er was zelfs een overaanbod van leerkrachten op dat moment.

Ik ben begonnen in ’78. Eén jaar heb ik het tweede leerjaar gedaan. Daarna 17 jaar de tweede graad. Dan ben ik naar 5 en 6 gevlogen. Nadien gaf ik enkele jaren enkel het vijfde les, om in 2005 directrice te worden.”

Het is hier op al die jaren al wel eens veranderd. En er staan nog verbouwingen op til. Zo zal de school steeds blijven groeien. Maar omdat we beperkt zitten op gebied van ruimte en mogelijkheden kunnen we ons kleine, charmante karakter behouden. Ik vertrouw erop dat de school zijn visie volhoudt naar de toekomst toe.”

Nooit gedacht om iets anders te gaan doen?

“Eigenlijk vind ik dat je als jonge mens zowat alle dingen eens zou moeten kunnen proberen. Dan ga je het meer appreciëren. Ik heb vakantiewerk gedaan in een winkel. In “den Danone”aan de band, echt vanalles. Zo leer je allerlei dingen. Zo zou ik graag eens in de Colruyt de producten scannen aan de kassa of de rekken vullen. Dat lijkt me keitof (lacht) om eens te doen. 

Rij-instructeur?

Nee, helemaal niet! Dan zou ik me te veel stresseren. Ik heb mijn kinderen mee begeleid. Oh, nee.

Meer stresserend dan een school runnen?

Ja, dat denk ik wel.

Je hebt vast wel grappige momenten meegemaakt.

In een van mijn eerste jaren moesten we met Pasen nog te biechten gaan. Dat werd eerst voorbereid met de kinderen en daarna gingen we naar de abdijkerk waar de kinderen in de biechtstoel te biechten konden gaan. Terug in de klas werd er nabesproken. Ik herinner me nog altijd een kindje die zei: “Juf, ik had een probleem. Ik moest drie weesgegroetjes bidden, maar ik ken er maar één.”

Of we gingen naar de abdij naar de mis in de kapittelzaal van de abdij. Daar hing een beelhouwwerk omhoog. Plots fluisterde iemand erg indiscreet: “Kijk daar, wat een vieze vent!”. 

Nog een heel grappig voorval… We gingen op schoolreis. Ergens naar een pretpark. Toen we ’s avonds naar huis gingen, jammerde een kindje dat hij nog geen ijsje had gegeten. “Ga maar snel één halen, dan kan je het nog opeten voor we naar huis gaan”, zei ik. Toen de kinderen nadien in de rij stonden vroeg ik: “Wel? Waar is je ijsje?”. “Ah”, was het antwoord, “in  mijn rugzak.” (lacht)”

Hoe ziet 1 september 2019 er uit?

“Dat weet ik nog niet. Maar het zou wel eens kunnen dat ik op een andere school ga kijken, naar mijn kleinkinderen. Om hen te helpen met hun eerste schooldag.”

Heb je nog een goede raad voor je opvolgster?

“Zorg dat je er bent voor iedereen en begrijp mensen vanuit hun standpunt. Dat vind ik belangrijk.”